Papierverval
In de jaren tachtig werd duidelijk dat tal van negentiende- en twintigste-eeuwse collecties in bibliotheken bedreigd werden door het verval van het papier. De Koninklijke Bibliotheek (KB) en de Rijksarchiefdienst (RAD) richtten een Coördinatiepunt Nationaal Conserveringsbeleid (CNC) op, om de omvang van de problematiek in kaart te brengen en om strategieën te ontwikkelen voor de aanpak ervan.
CNC
Het CNC ging op verschillende fronten tot actie over. Er werd allereerst onderzoek gedaan naar de omvang van de problematiek. Dit resulteerde in het rapport Bedreigd papierbezit in beeld (PDF) (1991). De uitkomst van dit rapport was dat het papier uit de periode 1840-1950 er verreweg het slechtst aan toe is en dat miljoenen boeken en documenten gevaar lopen. Daarnaast werden verschillende methoden van massa-ontzuring getest. Ook startte het CNC een publiciteitscampagne om de problematiek van het papierverval meer bekendheid te geven.
Selectiescenario
Inmiddels was ook de politiek doordrongen geraakt van de ernst van de situatie. Maar het was duidelijk dat het praktisch onmogelijk zou zijn er zelfs maar naar te willen streven al het bedreigde materiaal in één operatie van de ondergang te redden. Er moesten keuzes gemaakt worden. Daarom werd de KB eind 1995 door de staatssecretaris van OCenW verzocht een scenario op te stellen voor selectie van bibliotheekmateriaal dat in aanmerking zou komen voor conservering binnen een nationaal conserveringsprogramma 1997-2000. Dit scenario, Papieren erfgoed in Nederlandse bibliotheken, werd in januari 1996 aan de staatssecretaris aangeboden. Het gaf een aantal formele criteria voor een dergelijke selectie.
Prioriteit
Uitgegaan werd van materiaal van Nederlandse origine, aanwezig in bibliotheken met een 'bewaarfunctie' en afkomstig uit de meest bedreigde periode 1840-1950. Dit materiaal kwam als eerste voor conservering in aanmerking. Prioriteit werd gegeven aan samenhangende literaire collecties, waarbij gebruik kon worden gemaakt van eerdere inventarisaties die door de KB waren uitgevoerd. Verder kwamen ook afzonderlijk geplaatste literaire handschriften voor conservering in aanmerking. Daarnaast werd een apart traject voor kranten aangegeven.
Microverfilming
Als conserveringsmethode werden microverfilming en zuurvrije verpakking aanbevolen. Van massa-ontzuring moest voorlopig worden afgezien, omdat over het effect hiervan nog een aantal onzekerheden bestond. Bovendien werd voorgesteld verder onderzoek te verrichten op verschillende deelgebieden van de conserveringsproblematiek.
Cultuurnota
De aanbevelingen van het selectiescenario heeft de staatssecretaris grotendeels overgenomen in de cultuurnota 1997-2000, Pantser of Ruggengraat (september 1996). Daarin werd een bedrag gereserveerd voor het behoud van de belangrijke literaire collecties. Voor kranten werd een aparte aanpak in het vooruitzicht gesteld.
Daarnaast werd in de begroting van de Directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het Ministerie van OCenW voor de periode 1997-2000 jaarlijks een bedrag gereserveerd voor het behoud van gedrukt materiaal, behorend tot de Nederlandse boekproductie uit de bedreigde periode 1840-1950. Daarmee sloot men aan bij het rapport Het behoud van de Nederlandse boekproduktie, door de KB in 1995 in opdracht van het Ministerie van OCenW vervaardigd.
Voor de uitvoering van de verschillende trajecten werd een totaalbedrag van achttien miljoen gulden beschikbaar gesteld.
Beleidsplan
Op basis van de beschikbaar gestelde gelden stelde de KB een beleidsplan voor de periode 1997-2000 voor de uitvoering van een nationaal programma voor de conservering van bibliotheekmateriaal. Dit plan voorzag onder meer in een landelijk coördinatiepunt. Daartoe is het Bureau Conservering Bibliotheekmateriaal (het latere Bureau Metamorfoze) ingericht.
Keuzes
In het beleidsplan werden opnieuw keuzes gemaakt. Van de literaire collecties konden alleen de belangrijkste worden aangepakt. Voor wat betreft het behoud van de Nederlandse boekproductie (BNB) kregen de boeken uit de periode 1870-1900, de periode waarin de papierkwaliteit op haar dieptepunt was, prioriteit.
Van de kranten konden met de beschikbare middelen alleen een deel van de landelijke dagbladen en de illegale oorlogskranten worden geconserveerd. Voor de conservering van kranten werd een apart beleidsplan opgesteld.
Onderzoek
Daarnaast liet het BCB onderzoek verrichten naar een viertal aspecten van conservering: ontzuringsmethoden, de snelheid van het papierverval, de mogelijkheden van digitalisering, en de conservering van bibliotheekmateriaal in kleur. Ook werden er inventarisaties uitgevoerd van Nederlandse cultuurhistorische collecties, en van internationaal waardevolle collecties.
Metamorfoze
Het nationaal conserveringsprogramma van bibliotheekmateriaal is in mei 1997 onder de naam Metamorfoze van start gegaan.