Nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed

Twee eeuwen agrarische geschiedenis

[23 03 2020]

Het Zeeuws Archief is gestart met de digitalisering van het archief van De Wilhelminapolder. De Maatschap De Wilhelminapolder stimuleerde de tuinbouw in Zeeland en exploiteerde het gezamenlijke grondbezit in de Wilhelmina- en Oost-Bevelandpolder in Zuid-Beveland. Met bijna 2000 hectare was de Maatschap het grootste landbouwbedrijf in Nederland en groeide later uit tot een landelijk proefstation voor de fruitteelt.

Door de grootte van het bedrijf en de volledigheid van het archief geeft het een betrouwbaar en uniek beeld van de agrarische geschiedenis van Nederland en West-Europa, alsook van de industrialisatie in de landbouw en het maatschappelijk-sociaal leven van de landarbeidersklasse.

Hoe het begon

Op 13 april 1809 kochten enkele Rotterdamse handelaren de slikken en schorren ten noorden van Goes op Zuid-Beveland, Zeeland. Zij kochten die als geldbelegging om na de indijking de gronden zo snel mogelijk met winst te kunnen verkopen. Het liep echter anders. De bedijking ging veel moeizamer dan verwacht door de landing van de Engelsen in Zeeland en de bezetting van Goes. Daarnaast bezweken de dijken en traden dijkvallen op. Het gebied liep onder water waardoor de oogsten mislukten. De vennoten besloten toen om de gronden te behouden. Ze richtten een maatschap op om gezamenlijk het grondbezit te exploiteren en stapsgewijs de ingedijkte gronden winstgevend te maken.

Van Lodewijk naar Wilhelmina

In de Franse tijd was het ingedijkte gebied omgedoopt tot Lodewijkspolder, genoemd naar Lodewijk Napoleon. Na de Franse tijd werd na persoonlijke goedkeuring van Wilhelmina van Pruisen de naam gewijzigd in Wilhelminapolder. Om de arbeiders in de polder te huisvesten werd in 1812 een apart dorp aangelegd, het huidige Wilhelminadorp. In 1959 kreeg de maatschap het predicaat koninklijk: De Koninklijke Maatschap tussen Eigenaren van Gronden in de Wilhelminapolder en de Oost-Bevelandpolder, kortweg de Koninklijke Maatschap De Wilhelminapolder.

Meekrap rode kleurstof

De staalboeken van de meekrap in het archief zijn uniek. Zij geven informatie over kleur, opbrengst en kwaliteit. De teelt van meekrap in de Wilhelminapolder vanaf 1813 is een typisch Zeeuws fenomeen. De wortels van deze plant werden gebruikt als grondstof voor de rode kleurstoffen alizarine en purpurine. Rond 1870 stopte de teelt van meekrap door de introductie van chemische kleurstoffen. Het archief bevat tekeningen en bestekken van meestovens, dat zijn schuurachtige gebouwen waarin de wortelstokken van de meekrap kunstmatig worden gedroogd. 

Een modern bedrijf

Het archief geeft een zeer gedetailleerd beeld van twee eeuwen teelt van agrarische gewassen, visserij en veeteelt en de invloed hiervan op het dagelijks bestaan. De Wilhelminapolder was een modern en toonaangevend bedrijf. De veredeling van graan- en fruitgewassen en het verbeteren van de veestapel door het fokken met nieuwe soorten (bijvoorbeeld Lincoln Longwool rammen in 1872 uit Engeland) was vooruitstrevend. Een verdienste van Iman van den Bosch (directeur tussen 1836 en 1864) was de grootschalige aanleg van drainage in de akkers. Hierdoor was het mogelijk om in rijen te telen, kon er eerder en langer op het land gewerkt worden en ging er minder land verloren aan greppels en sloten.

Onder leiding van Henri Adriaan Hanken, (directeur tussen 1894 en 1936) groeide de Wilhelminapolder uit tot het distributiecentrum voor Lincoln schapen, Groot Yorkshire-varkens en van Belgische paarden. Daarnaast spande hij zich in voor het verbeteren en kweken van nieuwe aardappelrassen en peer- en appelsoorten. Door zijn toedoen werd het meer en meer een selectie- en vermeerderingsbedrijf.

Internationale faam

Van 1850-1880 genoot de Wilhelminapolder als modellandbouwbedrijf internationale faam. Door de industrialisatie in Engeland, de opbloei van de wereldhandel door nieuwe transportmiddelen en de opheffing van importheffingen van buurlanden bereikte de Wilhelminapolder een ongekende bloei. Mechanisatie leidde tot de aanschaf van een compleet machinepark: in Engeland werden een locomobiel, stoomdorsmachine, tienrijen-zaaimachine (in 1861 waren er al vijf zaaimachines), paardenhak, en een maaimachine besteld.

Op initiatief van de eerder genoemde Hanken werd in 1901 de Vereeniging Zeeland’s Proeftuin opgericht. Hier werden proeven op tuinbouwgebied (vooral fruit) verricht om tot betere en nieuwe soorten te komen. Voor het tuinbouwonderwijs werd een terrein gereserveerd dat gebruikt kon worden als oefenveld. De oprichting van een laboratorium voor wetenschappelijk onderzoek in 1940 betekende een nieuwe fase in de ontwikkeling van de fruitteelt en de proeftuin. 

Big data

Onderzoeksthema’s als teeltveredeling, bedrijfseconomie, gewassen, bemesting, opbrengsten, weverijen, maatschappelijke zorg en de gevolgen voor milieu en klimaat zijn door het conserveren en digitaliseren van dit archief mogelijk. De compleetheid en chronologische reikwijdte maken het archief geschikt voor onderzoek met ‘big data’.

Lees meer bij het Zeeuws Archief