Nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed

Zes nieuwe projecten 2016: over kunst en archeologie

[29 06 2017]

Zes erfgoedinstellingen starten met nieuwe projecten voor de conservering en digitalisering van hun archieven. Het gaat om projectaanvragen uit de najaarsronde 2016. Hieronder volgt per project een korte toelichting. Voor de projecten geldt dat het gedigitaliseerde archief aan het eind van het traject online beschikbaar komt via de website van de erfgoedinstelling. 

Archief familie Six (1032-2016)

Het archief van de familie Six (1032-2016; te digitaliseren tot 1989) en aanverwante families (o.m. familie Tulp, Van Winter, Teding van Berkhout, Bosch Reitz en Van Lennep) is één van de belangrijkste en grootste familiearchieven uit het patriciaat en de adel in particulier bezit en beheer. 

Dit project is een vervolg op een eerdere aanvraag uit 2014. Voor dit deel ligt het zwaartepunt in de achttiende en negentiende eeuw. Het gaat om stukken die typisch zijn voor een familiearchief, zoals correspondentie, egodocumenten, foto’s, notariële stukken en charters. Het archief wordt bewaard en beheerd in het familiehuis waar ook de door de familie verzamelde kunstschatten zijn, waaronder portretten van Rembrandt. Het is uniek in Nederland dat de stukken over het (dagelijks) leven zich bevinden op de plek waar het dagelijks leven van de familie tot op de dag van vandaag plaatsvindt.

Kunstenaarsautografen (1579-1950)

De collectie autografen van het Rijksmuseum vormt een deel van het Rijksprentenkabinet en bestaat uit brieven en handschriften van voornamelijk beeldend kunstenaars, kunstcritici, verzamelaars en kunsthandelaren. Ook schrijvers, letterkundigen, musici en personen uit andere culturele disciplines zijn vertegenwoordigd. 

De drie hoofdcollecties worden gevormd door:

  1. De collectie autografen van het Rijksprentenkabinet bestaande uit ‘losse’ handschriften en brieven die sinds het eind van de 19e eeuw zijn verworven.
  2. Brieven aan kunstenaar en kunstcriticus Jan Pieter Veth (1864-1925).
  3. Brieven aan reproductiekunstenaar en schrijver Philip Zilcken (1857-1930).

Archieven Gedeputeerden Oost- en West-Indische zaken Classes Amsterdam, Schieland en Walcheren (1620-1816)

De drie classicale vergaderingen (dit zijn regionale kerkvergaderingen van afgevaardigde ambtsdragers uit lokale gemeenten) en hun Deputaten voor “Maritieme of Indische Zaken” fungeerden als centra in het internationaal handels-, maritiem- en religieus netwerk. Er zijn selecties gemaakt (voornamelijk bestaande uit series correspondentie uit en naar de overzeese gebieden, verslagen en notulen) uit de classicale archieven die zich bevinden in het Stadsarchief Amsterdam, het Stadsarchief Rotterdam en het Zeeuws Archief. 

De archieven bieden informatie over  gouverneurs van overzeese gebieden, bestuurders van de VOC, de WIC en de admiraliteitscolleges, maar ook over ‘gewone mensen’: scheepsbemanning, kapiteins, passagiers, ziekentroosters, vrouwen, kinderen, predikanten, leden van religieuze gemeenschappen, zowel op zee als overzee. 

Historisch archief Mauritshuis (1816-1952)

Het archief van het Mauritshuis (1816-1952) bevat correspondentie over de verwerving en het beheer van kunstwerken, de organisatie, het gebouw, jaarverslagen (vanaf 1875) en stukken over de openstelling voor publiek, tentoonstellingen, publicaties en inlichtingen. 

Het archief geeft inzage in het werk van de directeuren A. Bredius (1889-1909), W. Martin (1909-1945) en J.B. van Gelder (1945-1946), en van de beginperiode van A.B. de Vries. Onder hun leiding groeide het museum uit van een collectie met 200 schilderijen tot een internationaal gerenommeerd museum van de Nederlandse Gouden Eeuw met 850 collectiestukken. Uit het archief blijkt de koninklijke betrokkenheid, lezen we over particuliere gulle gevers, overheidsbemoeienis, restauraties van schilderijen en zien we hoe de genoemde directeuren een belangrijke rol speelden binnen het kunsthistorische vakgebied.

Archief van Rijksmuseum van Oudheden  RMO (1818-1977)

Het goedgekeurde archief van het RMO bestaat uit drie onderdelen:

1. Het brievenarchief van 1924-1977: correspondentie met zowel leken als wetenschappers. Het geeft een uniek kijkje in de relatie van het museum met de samenleving, het in de loop der tijd veranderende museale bestel en de museale taken van de directeur en conservatoren in het interbellum, de Tweede Wereldoorlog en de jaren vijftig, zestig en zeventig. De correspondentie met de heren curatoren van de Rijksuniversiteit Leiden neemt een bijzondere plaats in. Zij fungeerden als intermediair tussen het museum en het ministerie en hadden grote invloed op de bedrijfsvoering van het RMO.

2. De archiefbescheiden van Reuvens: de handgeschreven nalatenschap bestaat onder andere uit documenten over de allereerste professionele opgraving te Arentsburg (Voorburg) in 1827. Reuvens was een echte pionier. Het dossier omvat zijn opgravingstekeningen, schetsen, dagboeken en aantekeningen die absoluut uniek zijn. Dit en zijn ideeën over collectievorming zijn van grote invloed geweest op de wetenschap en de inrichting van het museumbestel in Nederland aan het begin van de negentiende eeuw. 

3. “Nederlandsche Oudheden” door Pleyte: Pleyte was van 1869 tot 1891 conservator van de klassieke en Nederlandse afdeling bij het RMO en werd daarna directeur. Zijn archief bevat een elfdelige serie banden met zeer vroege foto’s en tekeningen van onder andere hunebedden, handgeschreven aantekeningen, knipsels, topografische kaarten en drukwerk. Deze combinatie van vaak unieke documenten en het feit dat ze werden gemaakt, verzameld en ingeplakt door de erudiete en welbekende Egyptoloog Pleyte, maakt de banden erg bijzonder. 

Kunsthandelarchieven (1850-1950)

Het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis beheert 65 kunsthandelarchieven en heeft daar zeven uit geselecteerd voor dit Metamorfoze-project: Bachstitz Gallery, Kunsthandel J.H. de Bois, Goupil & Cie., Kunsthandel Huinck en Scherjon, Kunsthandel G.J. Nieuwenhuizen Segaar, Kunsthandel Sala & Zonen en Firma E.J. van Wisselingh & Co. Het zijn kunsthandels uit Leiden, Amsterdam, Haarlem en Den Haag en hadden nationaal en internationaal een vooraanstaande positie. 

De archieven bevatten kasboeken, journalen, fichekaarten, tentoonstellingscatalogi en in- en verkoopboeken met de financiële verantwoording van de kunsthandels. Er is correspondentie tussen kunsthandelaars, kunstenaars, klanten (verzamelaars) en collega-kunsthandelaren. Bewaard gebleven zakagenda’s en adresboekjes laten meer zien over het netwerk van de kunsthandelaar. Ook is, vooral bij Van Wisselingh & Co, beelddocumentatie van verhandelde of in commissie genomen kunstwerken in de archieven aanwezig. Bijzonder is de samenwerking met het Van Gogh Museum en Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) voor de respectievelijke archieven van Huinck & Scherjon en Sala & Zonen.