Nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed

Lexicon

A

Aanvezelen

Aanvezelen is het machinaal aanvullen van beschadigd papier met behulp van papierpulp. Dit kan ook handmatig en wordt dan ‘aanstukken’ genoemd. Deze behandeling gebeurt bij objecten waar meer dan een derde deel is beschadigd of ontbreekt. (Een alternatieve behandeling is het doubleren). Na het aanvezelen is het papier in zijn geheel weer stabiel. Bij het schoonsnijden wordt er op gelet dat er geen oorspronkelijk materiaal verloren raakt. Omdat bij het aanvezelen veel water wordt gebruikt moet eerst getest worden of de op het papier aanwezige inkten en/of kleurstoffen watervast zijn; ook een mogelijke verkleuring van het papier zelf moet worden gecontroleerd. Deze behandeling kan voorafgaand aan of na afloop van de digitalisering worden uitgevoerd. Het is een keuze tussen mogelijk contrastverlies dat toch als gevolg van het aanvezelen kan optreden en het risico op materiaalverlies van het onbehandelde document bij het digitaliseren.

Archives Damage Atlas

De Archives Damage Atlas is de Engelstalige versie van de Schade-atlas Archieven , die in 2007 is uitgeven.

Het is een hulpmiddel bij het herkennen en classificeren van de schade aan archiefstukken. Er zijn 22 soorten schade in vijf categorieën onderverdeeld, namelijk band- en boekblokschade, chemische schade, mechanische schade, plaagschade en vochtschade. Elke schadesoort is geïllustreerd met foto’s om de herkenbaarheid te vergroten.

In deze Engelstalige versie zijn foto’s toegevoegd van archiefstukken uit de tropen en nieuwe paragrafen over documenten op lontarblad en schade door termieten.

De atlas is online in te zien en als publicatie te bestellen bij Metamorfoze (zie Publicaties).

Autonoom verval

Autonoom verval is verval dat optreedt, ondanks dat aan alle voorwaarden voor zorgvuldige bewaring is voldaan. De oorzaak van het autonome verval komt niet van buiten, maar zit in of op het materiaal zelf. Voorbeelden hiervan zijn verzuring van het papier, inktvraat en kopervraat. Verzuring komt vooral voor in papieren documenten van na ca. 1840. Inktvraat en kopervraat komt voor in papieren documenten vanaf de Middeleeuwen, waarbij ijzerhoudende schrijfinkten -ijzergallusinkten- of koperhoudende kleurstoffen zijn gebruikt. 

B

Beeldkwaliteit

Metamorfoze werkt voor het digitaliseren met drie kwaliteitsniveaus:

  1. Metamorfoze: Dit hoge kwaliteitsniveau van digitalisering is bedoeld voor het digitaliseren van originelen die als kunstwerken worden gezien, zoals brieven met tekeningen van Vincent van Gogh of kaarten, fotocollecties en schilderijen.
  2. Metamorfoze Light: Dit tweede kwaliteitsniveau van digitalisering is bedoeld voor het digitaliseren van originelen waarbij de kleurnauwkeurigheid een iets minder belangrijke rol speelt. Voorbeelden hiervan zijn boeken, kranten, tijdschriften en handschriftelijk materiaal.
  3. Metamorfoze Extra Light: Dit derde kwaliteitsniveau is uitsluitend bedoeld voor het digitaliseren van boeken, kranten en tijdschriften.

Per niveau vindt u in de Richtlijnen Preservation Imaging Metamorfoze de verschillende technische criteria en toleranties genoemd. Aan de hand van deze criteria en toleranties kan de technische kwaliteit van de preservation master objectief beoordeeld worden. Deze objectieve beoordeling wordt uitgevoerd met behulp van technische targets en software. Naast de objectieve beoordelingsmethodiek moet een digitaal beeld ook altijd visueel beoordeeld worden op artefacten.

Digital ColorChecker

Digital ColorChecker

Behoudswerkzaamheden

Voor Metamorfoze bestaan de behoudswerkzaamheden uit:

  • Eerstelijnsconservering: behandelingen die het materiaal digitaliseringklaar maken, zoals droogreinigen, vlakken, ezelsoren terugvouwen, scheuren repareren.
  • Het verpakken van het materiaal in zuurvrije omslagen en dozen. In sommige gevallen brengt het ompakken kleine behoudswerkzaamheden met zich mee, die gericht zijn op het beter hanteerbaar maken van het materiaal of om tekstverlies te voorkomen.
  • Een klimaatgecontroleerde opslag.
  • De originelen onttrekken aan het gebruik. Dit gebeurt door middel van duurzame digitale conversie, preservation imaging. De digitale masters worden duurzaam opgeslagen, de afgeleide images dienen voor de beschikbaarstelling.

Beslismodel conserveren/digitaliseren

Met het beslismodel kan systematisch en relatief snel bepaald worden wat een gewenste en realistische voorbereiding voor digitaliseren is. In het model staan vijf beslissingsmomenten waarin waarden direct een rol spelen. Het model is ontwikkeld door Gabriëlle Beentjes, senior adviseur conservering en coördinator van het restauratie atelier van het Nationaal Archief. Een aanvulling op het model is het "Hulpmiddel bij het waarderen van gebonden archiefstukken voor digitalisering".

Boekverpakken

Het verpakken van boeken voor plaatsing in het magazijn is geen vanzelfsprekendheid. Het kan echter wel een belangrijk onderdeel zijn van de totale behoudsstrategie. Per instelling en collectie zal het te verwachten effect van verpakking verschillen. Om een inschatting te kunnen maken van deze behoudswinst spelen drie vragen een rol, die samenhangen met (1) het uitgangsrisico van de collectie, (2) de effectiviteit van verpakking om dit risico te reduceren, en (3) de onbedoelde, mogelijk negatieve, effecten (neveneffecten) van het verpakken. Deze drie vragen zijn cruciaal voor de besluitvorming bij èlke voorgenomen conserveringsbehandeling. Onderzoek van de werkgroep GezOnd heeft het volgende rapport opgeleverd: Boekverpakken – Bepaling van een optimale strategie. Een richtlijn voor verpakking binnen het Metamorfoze BKT-traject.

Lees meer: Boxing the “Big Huge”, A preventive conservation conundrum’ (pag. 32), International Preservation News, nr 57, Augustus 2012.

Onderzoeksresultaten
Henk Porck (onderzoeker KB) gaat in op de onderzoeksresultaten, op het Metamorfozesymposium op 14 november 2013.

Bookkeeper-methode

De Bookkeeper-methode wordt in binnen- en buitenland als een betrouwbare techniek voor massaontzuring beschouwd. In Nederland wordt deze ontzuringsbehandeling uitgevoerd door het bedrijf Preservation Technologies in Heerhugowaard. In de jaren negentig heeft de KB een aantal ontzuringsopdrachten laten uitvoeren, waarbij ongeveer vierduizend boeken uit de collectie van de KB met de Bookkeeper-methode zijn ontzuurd. De resultaten van deze behandelingen zijn beschreven in twee rapporten: Massaontzuring van boeken uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek (1999) en Massaontzuring in de Koninklijke Bibliotheek (2001). De resultaten zijn positief, hoewel het nauwkeurig volgen van de uitvoering belangrijk is om de gewenste kwaliteit te garanderen. Ook is een voorselectie van het materiaal nodig omdat niet alle boeken geschikt zijn voor de ontzuringsbehandeling. Er vindt de laatste jaren een hernieuwde discussie plaats over de noodzaak van massaontzuring en de plaats van deze behandeling binnen een integraal conserveringsbeleid.

C

Chemische schade

Met chemische schade wordt aantasting van objecten bedoeld, die het gevolg zijn van chemische afbraakprocessen. Belangrijke vervalprocessen die bij boeken en archiefstukken een rol spelen zijn hydrolyse en oxidatie; beide veroorzaken breuken in de cellulose-moleculen waaruit het papier is opgebouwd en verzwakken daardoor het papier. Bepaalde factoren uit de omgeving en in de objecten zelf kunnen de chemische afbraakprocessen versnellen. Zo versnelt de aanwezigheid van zuur in het papier de hydrolytische afbraak en ijzer in de inkt de oxidatieve afbraak van papier. Een verhoogde temperatuur stimuleert de chemische afbraak.

Meer lezen: Agent of Deterioration: Pollutants by Jean Tétreault

Conservering

Conservering van boeken en archiefstukken beoogt een duurzame toegang tot de in die bronnen aanwezige informatie mogelijk te maken door middel van schade-preventieve maatregelen en curatieve behandelingen. In de conserveringspraktijk gaat het vaak om het voorkomen van informatieverlies, waarbij het zowel gaat om de op het document aanwezige informatie in de vorm van tekst en beeld, als de informatie die samenhangt met de materiële aard en samenstelling van de documenten zelf. Conservering omvat het zodanig behandelen van originele objecten (losbladig en gebonden stukken, kaarten, tekeningen en fotografisch materiaal) dat het hanteren, transporteren en digitaliseren veilig, zonder schade te veroorzaken, kan plaatsvinden.

De volgende behandelingen zijn mogelijk:

  • Eerstelijnsconservering: behandelingen die het archief digitaliseringklaar maken, zoals droogreinigen, vlakken, ezelsoren terugvouwen, scheuren repareren.
  • Het bestrjiden van verzuring en inktvraat door middel van ontzuren en een fytaatbehandeling en/of restauratie van de inktvraat.
  • Het aanvezelen of doubleren van extreem zwak papier. Soms kan het noodzakelijk zijn een ingrijpender behandeling uit te voeren omdat het materiaal anders niet hanteerbaar is. Als er in het materiaal ook ijzergallusinkt aanwezig is, kan voorafgaand aan het aanvezelen een fytaatbehandeling uitgevoerd worden. Bij deze behandeling moet rekening worden gehouden met een vermindering van het contrast tussen drager en inkt.
  • De behandeling van gebonden stukken die niet goed kunnen worden geopend en waarbij delen van de tekst te diep in de kneep (boekvouw) zitten. Als de manier van digitaliseren niet kan worden aangepast, moet worden overwogen of er iets aan de verschijningsvorm van het object kan worden gedaan: in extreme gevallen kan dat betekenen dat de band uit elkaar gehaald wordt. Voor een Metamorfozeproject moet de instelling deze beslissing met een onderbouwing aan het Bureau voorleggen.

D

Digitalisering

Voor Metamorfoze is digitalisering (preservation imaging) een conserveringsmethode. Dat is het overzetten van informatie van het papieren erfgoed op een andere drager door middel van hoogwaardige digitalisering: preservation imaging. De term preservation houdt in dat de digitale afbeeldingen van een dusdanige kwaliteit moeten zijn dat ze het originele materiaal kunnen vervangen. De originelen worden immers na conservering onttrokken aan het gebruik. De digitale afbeeldingen moeten de fysieke en inhoudelijke kenmerken van het originele materiaal optimaal weergeven. Het digitaliseringsbedrijf moet daarom werken volgens de kwaliteitsrichtlijnen die staan beschreven in de Richtlijnen Preservation Imaging Metamorfoze.

Dissociatie

Objecten die niet op de daartoe behorende plaats terug te vinden zijn. Onvindbaarheid.
Lees meer: Ten Agents of Deterioration

Doubleren

Het object voorzien van een extra, verstevigende laag Japans papier. 

Duurzame opslag

In het Metamorfoze-project worden twee soorten images geproduceerd: digitale masterbestanden ten behoeve van de duurzame opslag en afgeleide images ten behoeve van de beschikbaarstelling aan de gebruikers. Voor het traject Boeken, Kranten en Tijdschriften gaan de bestanden voor de duurzame opslag naar het Digitaal magazijn van de Koninklijke Bibliotheek, voor het traject Archieven en Collecties worden de bestanden opgeslagen in het e-Depot van het Nationaal Archief.

E

Eerstelijnsconservering

Eerstelijnsconservering bestaat uit behandelingen die het materiaal digitaliseringklaar maken, zoals droogreinigen, vlakken, ezelsoren terugvouwen, scheuren repareren.

Erfgoedinstellingen

Geografisch overzicht van deelnemende instellingen aan Metamorfoze.

I

Incorrecte luchtvochtigheid

Incorrecte luchtvochtigheid (RH) is geen officiële schadesoort, maar een incorrecte hoeveelheid vocht in het depot of magazijn kan wel schade toebrengen aan de collectie. Volgens het CCI zijn er vier categorieën incorrecte luchtvochtigheid te onderscheiden:

  • Vochtig, RH boven de 75%;
  • Vochtigheidsgraad boven of onder een kritiek niveau voor een specifiek object;
  • Vochtigheid boven de 0%;
  • Dynamische vochtigheidsgraad.

Incorrecte temperatuur

Incorrecte temperatuur is geen officiële schadesoort, maar een te hoge of te lage temperatuur in het depot of magazijn kan wel schade toe brengen aan de collectie. Volgens het CCI zijn er drie categorieën incorrecte temperatuur te onderscheiden:

  • Te hoge temperatuur;
  • Te lage temperatuur;
  • Fluctuerende temperatuur;

Lees meer: Agent of Deterioration: Incorrect Temperature by Stefan Michalski

Inktvraat

Vanaf de middeleeuwen tot in de twintigste eeuw werden documenten geschreven met ijzergallusinkt. Deze zure inkt met een overmaat aan ijzerbestanddelen vreet zich als het ware door de papiervezels heen. Door een chemische reactie in de inkt en oxidatie, breken de papiervezels steeds verder af en ontstaat er een diepe verkleuring van de inkt. De geschreven letters vallen letterlijk uit het papier en er komen gaten in de documenten op de plekken waar de inkt heeft gezeten.

Inktvraat

Onderzoeksresultaten
Birgit Reissland (onderzoeker RCE) gaat in op de onderzoeksresultaten, op het Metamorfozesymposium op 14 november 2013.

Meer informatie: The Iron Gall Ink Website

Inktvraat behandelen

Doel van de behandeling: objecten die met ijzergallusinkt zijn beschreven zijn zodanig behandeld dat er geen vrije ijzerIII-ionen of zuren zijn die het papier kunnen aantasten. Deze behandeling wordt in principe na afloop van het digitaliseren uitgevoerd vanwege de mogelijke neveneffecten. Als er echter voorafgaand aan het digitaliseren een meer ingrijpende behandeling zoals aanvezelen nodig is en er tevens ijzergallusinkt aanwezig is, zal voorafgaand aan het aanvezelen een fytaatbehandeling plaatsvinden, ook al wordt door die behandeling het contrast minder. Voorafgaand aan de behandeling wordt de inkt getest op aanwezigheid van ijzerIIIionen. Behandeling bestaat uit fytaatbehandeling of de magnesiumfytaatbehandeling volgens NA-methode. Per hoeveelheid van 50 vellen papier worden testvellen bijgevoegd aan de hand waarvan de effectiviteit van de behandeling wordt gemeten en of er nog voldoende ontzuringsmiddel en fytaat in de oplossing aanwezig zijn. De behandelde papieren worden tussentijds gespoeld om afvalproducten uit te spoelen en daarmee verkleuring van het papier te voorkomen.

Om de restaurator op gedetailleerd niveau te helpen bij de beslissing over de vraag of en hoe je documenten tegen inktvraat moet behandelen heeft de werkgroep GezOnd twee aanvullende modellen voor inktvraatbehandeling ontwikkeld. Het ene is een steekproefprotocol dat via de UPAA-steekproefmethode de omvang van inktvraat in het archief bepaalt. Het andere is een beslissingsmodel om op het niveau van het individuele document te bepalen wanneer over te gaan tot inktvraatbehandeling.

Onderzoeksresultaten
Birgit Reissland (onderzoeker RCE) 
gaat in op de onderzoeksresultaten, op het Metamorfozesymposium op 14 november 2013.

Meer informatie: The Iron Gall Ink Website

Inktvraat beslissingsmodel

Het beslissingsmodel inktvraatbehandeling is bedoeld als handreiking voor de restaurator die wil weten wat de mogelijkheden zijn voor consolidering van individuele documenten. Naast het algemene conserveringsmodel, bedoeld om de verschillende waarden van een archief en de keuzes met de risico’s van behandeling inzichtelijk te maken, kan met dit beslissingsmodel de daadwerkelijke keuzes van behandeling worden afgewogen. Hierbij spelen de vorm van het object, conditie van het papier, aanwezigheid van watergevoelige media, acceptatie van verlies van waarden en de mogelijkheden van plaatselijke versteviging een rol. De beslissingsmodellen zijn gebaseerd op beschikbare behandelingsmethoden en technieken. Het model gaat uit van behandelingsrisico’s, niet van de risico’s die de inktvraat op zich vormt.

Inktvraat prognose

Er is een on-line tool ontwikkeld waarmee voorspeld kan worden hoe de inktvraat in de toekomst verloopt, met een simulatie mogelijkheid. Lees meer over de prognose op The Iron Gall Ink Website.

Inktvraat steekproefprotocol

Met behulp van de steekproefprotocol kan een schatting worden gemaakt van het aantal te behandelen bladen en een procentuele verdeling van de verschillende typen behandelingen. Met deze informatie kan een begroting voor de inktvraatbehandeling wordt onderbouwd. 

Het uitgangspunt is dat een archief bestaat uit bladen papier, al of niet gebonden, en dat inktvraatbehandeling losbladig gebeurt. Per type behandeling en per blad kan bij een gespecialiseerd bedrijf een offerte worden opgevraagd. 

K

Kopervraat

In het verleden werd kopergroen veelvuldig gebruikt als pigment voor het inkleuren van percelen op landkaarten. Deze pigmenten, verkregen uit mineralen op basis van kopercarbonaat, tasten op den duur het papier zodanig aan, dat er een zichtbare doorslag naar de achterkant van het papier plaats vindt. Er ontstaan bruine verkleuringen en vlekken rondom en op de plaatsen waar het kopergroen is aangebracht. Vanwege de groene kleur wordt kopervraat ook wel groenvraat genoemd. Net als bij inktvraat worden de celluloseketens afgebroken en verzwakt het papier op deze plaatsen uiteindelijk zodanig dat er gaten ontstaan. Het kopergroen vreet zich door het papier heen.

L

Luchtzuivering

Gezuiverde lucht is een voorwaarde voor preventieve conservering van collecties van erfgoedinstellingen die zich bevinden in een stadse omgeving. Althans, dat is een beredeneerde aanname. Maar hoe juist is die aanname en is dat altijd en overal zo? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moeten een aantal factoren, zoals de kwaliteit van de buitenlucht, de locatie, de kwaliteit van het gebouw en de depots, de aard, conditie en gebruik van de collectie, worden gewogen en beoordeeld. Luchtzuivering is, net als elke conserveringsmaatregel of -behandeling, niet zomaar toepasbaar op alle locaties, gebouwen en collecties.

De onderzoekers van de werkgroep GezOnd hebben hiervoor het Pollution Pathway Diagram ontwikkeld. Met het diagram is de loop van luchtzuivering van de buitenlucht naar het gebouw en vervolgens naar de collectie te volgen. Op deze wijze kan onderzocht worden wat de invloed van luchtverontreiniging is op collecties. Dit is ook om de waarde te bepalen van al eerder uitgevoerde onderzoeken op dit gebied. In het vervolgproces worden maatregelen, die genomen zijn tegen luchtverontreiniging, beoordeeld op effectiviteit. Je kunt denken aan overdruk, geïnstalleerde filters tot aan verpakking van objecten. Het onderzoek is nog niet volledig afgerond. De vraag of deze maatregelen afwegen tegen de gemaakte kosten is daarom nog niet beantwoord.

Onderzoeksresultaten
Giovanna Di Pietro (onderzoeker Hochschule der Künste, Bern) gaat in op de onderzoeksresultaten, op het Metamorfozesymposium op 14 november 2013.

M

Materiaalanalyse

De materiaalanalyse wordt uitgevoerd als voorbereiding op het conserveren en digitaliseren van een archief of collectie. Met behulp van een inventarisatieformulier wordt de aard en de vorm van het materiaal in kaart gebracht. Alle details die het materiaal kenmerken zijn van belang voor de wijze waarop het geconserveerd en gedigitaliseerd moet worden. Het levert concrete informatie op voor het aanvragen van duidelijke offertes, het helpt bij maken van keuzes en het levert belangrijke instructies op voor de digitaliseerder.

Microfading

Sinds een aantal jaren bestaat er een techniek, microfading genaamd, waarmee de lichtgevoeligheid van kunstvoorwerpen kan worden bepaald. Probleem is echter dat de huidige techniek wel werkt in het laboratorium in het bijzijn van een expert, maar nog niet eenvoudig op locatie kan worden gebruikt. Door de Portable Microfading is hier verandering in gekomen. Een nieuw slim instrument met een brede toepassing in allerlei tentoonstellingssituaties.

Met de ontwikkeling van dit draagbaar instrument en de meetmethodiek kan door middel van versnelde lichtveroudering aan een origineel een niet waarneembare verkleuring teweeg gebracht worden. Hieruit kan bepaald worden hoe snel dit oppervlak zal verkleuren ten gevolge van de werking van het licht tijdens een tentoonstelling. Deze techniek maakt een verantwoorde selectie van tentoon te stellen objecten op basis van lichtgevoeligheid mogelijk.

Onderzoeksresultaten
Frank Ligterink (onderzoeker RCE) gaat in op de onderzoeksresultaten, op het Metamorfozesymposium op 14 november 2013.

N

Neveneffecten

Neveneffecten zijn de onbedoelde bijwerkingen van een conserveringsbehandeling. Deze neveneffecten moeten niet worden onderschat. Het is belangrijk om te bepalen welke archiefstukken baat hebben bij een conserveringsbehandeling en wat de beste behandeling is. Naast de beoogde stabilisering van het originele materiaal kunnen er namelijk ook belangrijke veranderingen optreden in de uiterlijke kenmerken en in de originele samenstelling van het materiaal. Een weloverwogen behandelingsbesluit vraagt dus om een integrale, systematische analyse vooraf en controle achteraf.

De werkgroep GezOnd heeft onderzoek gedaan naar het vaststellen van de invloed van (restauratie)behandelingen op de culturele waarde van handschriftelijk materiaal. Vervolgens is deze uitkomst af te wegen ten opzichte van het uitgangsrisico op waardeverlies door natuurlijke verouderingsprocessen en raadpleging. Het doel van het onderzoek was het verkrijgen van een methodiek voor het nemen van een beargumenteerde  en kosteneffectieve beslissing over wel of niet te behandelen.

O

Ontzuren

Massaontzuring wordt al een aantal jaren gezien als een van de methoden om het verval van het papier tegen te gaan. Massaontzuring kan een rol spelen bij het behoud van het origineel. Daarbij moet worden aangetekend dat de kwaliteit van het papier door de chemische behandeling niet verbetert. Het verval wordt slechts vertraagd.

Voor- en nadelen
Massaontzuring heeft voor- en nadelen.
Lang niet al het papier uit de periode 1840-1950 heeft baat bij een behandeling, ofwel omdat de kwaliteit nog niet zodanig is verslechterd dat behandeling nodig is, of omdat het al in een dermate slechte staat is dat ontzuring niet meer helpt. Daarnaast bestaat het risico van (onherstelbare) beschadiging van boeken en documenten. In het kader van Metamorfoze wordt daarom terughoudend omgegaan met massaontzuring.

Ontzuren ..... of niet
Gabriëlle Beentjes, senior conserveringsadviseur bij het Nationaal Archief, heeft op verzoek van Metamorfoze een inventarisatie van de mogelijkheden gemaakt. Haar verslag en het schema ‘Ontzuren en/of digitaliseren’ dienen als hulpmiddel om keuzes te kunnen maken voor het wel of niet ontzuren.

Onderzoeksresultaten
Frank Ligterink (onderzoeker RCE) gaat in op de onderzoeksresultaten, op het Metamorfozesymposium op 14 november 2013.


 

P

Preservation Imaging

Conserveringsmethodiek van digitale conversie: door autonoom verval bedreigd papieren erfgoed wordt overgezet op een andere drager, d.i. digitale afbeeldingen. De in dit kader vervaardigde scans hebben een zodanige kwaliteit en meetbare relatie tot het origineel dat ze het originele materiaal kunnen vervangen. De normen voor de vereiste beeldkwaliteit zijn door Metamorfoze vastgelegd in  de Richtlijnen Preservation Imaging Metamorfoze. Alle door Bureau Metamorfoze gesubsidieerde projecten moeten voldoen aan deze richtlijnen.

S

Schadeatlas archieven

De Schadeatlas archieven is een hulpmiddel bij het uitvoeren van een schade-inventarisatie. De atlas dient tevens om meer inzicht te krijgen in de soorten schade en de oorzaken daarvan en kan tegelijk de aanzet vormen voor een conserveringsplan. In de atlas zijn 22 soorten schade in vijf categoriën onderverdeeld: band- en boekblokschade (zoals versleten naaiwerk en rugbeschadiging), chemische schade (onder andere brandschade, inktvraat, kopervraat, verzuring), mechanische schade (door gebruik en geweld), plaagschade (insecten en knaagdieren) en vochtschade (bijvoorbeeld vervilting en schimmel). Elke schadesoort is geïllustreerd met foto's. 

De atlas is online in te zien en als publicatie te bestellen bij Metamorfoze (zie Publicaties). De atlas is ook in een Engelstalige versie verkrijgbaar.

Schimmel

Papier voldoet uitstekend als voedingsbodem. Vooral bij een hoge relatieve luchtvochtigheid gedijen schimmels goed. De cellulose waaruit papier bestaat wordt dan door bepaalde schimmels geconsumeerd. De juiste behandelingsmethode houdt rekening met het belang van de collectie, maar ook met dat van de gezondheid van de medewerker.

Meer lezen: Pluis in huis, geïntegreerde bestrijding van schimmels in archieven

Straling (licht)

Onder invloed van het licht kunnen er beschadigingen ontstaan aan de oppervlakte van objecten. Bij inrichten van tentoonstellingen moet met de invloed van het licht rekening gehouden worden om de kans op waardeverlies aan het materiaal te minimaliseren.

Zie ook “Microfading” voor het onderzoeksproject naar het meetbaar maken van deze schadesoort.

V

Verzuring

Grondstoffen van papier kunnen in de loop der tijd verzuren. Daarnaast is het milieu, waarin het object is opgeslagen van invloed op het object. De hoogste mate van verzuring komt voor bij papier dat gefabriceerd is tussen 1870-1880 en 1940-1950. Verzuring is zichtbaar door de verkleuring aan de randen van het papier. In een vergevorderd stadium vertoont het papier ernstige gebreken. Het wordt bros en kan breken.

Lees meer:
Zuur? een gat in je cultuur .... Een webtentoonstelling van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience